Bard, ovaat en druïde

De bard voedt ons creatieve zelf, de kunstenaar, de zanger. De ovaat is de sjamaan, de natuurliefhebber, de heler in ons. De druïde is de wijze filosoof in ons allen. Hoewel de opleiding met de bardengraad begint, is er geen hiërarchisch verschil tussen de drie. Sterker nog, er zijn nogal wat druïden die ervoor kiezen om zich, na het afronden van de opleiding, verder te ontwikkelen binnen het werkterrein van de bard of de ovaat.

De bard

In de oudheid waren barden getrainde dichters en vertellers, die de geschiedenis, de wetten en verhalen levend hielden. Ze waren het geheugen van de stam, kenden de genealogie en waren de bewaarders van het heilige woord. Hun opleiding duurde vele jaren. Aan het einde van de opleiding was hun geheugen maximaal getraind en kenden ze honderden gedichten en verhalen uit het hoofd, konden ze die op allerlei manieren voordragen en maakten ze nieuwe teksten. Ze raakten geïnspireerd en inspireerden anderen.

In onze tijd is een bard iemand die zijn of haar creativiteit ziet als een aangeboren spirituele kwaliteit die zij binnen druïderij kunnen voeden en ontwikkelen.
De OBOD-opleiding begint met de bardische graad en de (verdere) ontwikkeling van je artistieke en creatieve Zelf, je spirituele fundament en je band met de natuur. In ons deel van de wereld domineert het rationele, analytische denken. Door de andere, artistieke en intuïtieve kant ook te ontwikkelen wordt je een meer compleet, uitgebalanceerd mens. Poëzie, muziek en (abstracte) beeldkunst zijn zeer geschikt om ons blikveld te verruimen, om een deur te openen naar een andere realiteit.
Druïden zien creativiteit en inspiratie als geschenken die naar ons toestromen uit allerlei bronnen, fysiek en niet-fysiek. In druïderij noemen we dit Awen, wat inspiratie of stromende spirit betekent.

De ovaat

In de oudheid was de ovaat voorspeller, ziener, heler, vroedvrouw, onderzoeker, kruiden- en spreukenkenner en natuurlezer, en dat in alle mogelijk combinaties. Daarmee lijken ze op heksen. Zij kenden de mysteries van dood en wedergeboorte (o.a. reïncarnatie) vanuit de natuur die elk jaar in de herfst afsterft en in de lente weer tot leven komt. Ze onderhielden contact met de voorouders, gidsen uit de Andere wereld en reisden in de tijd. Ze vonden wat verborgen was.

Veel is er voor de ovaten niet veranderd. Ook in onze tijd bestuderen en werken ovaten met kruiden, gebruiken ze allerlei helingtechnieken waaronder gangbare zoals massage en psychotherapie en doen ze aan divinatie. De kunst van heling betekent voor hen het toepassen van de wetten van de natuur en remedies daaruit op het lichaam en de psyche. Voor de laatste weet de ovaat dat loslaten een belangrijk aspect van heling is. Net als het stimuleren van de stroom van Nwyfre door het lichaam. Nwyfre is de druïdische term voor levenskracht, die in het oosten Chi of Prana heet. De uitdrukking ‘Heler, heel uzelf’ is zeker van toepassing op ovaten. Sommigen voeren in deze fase van de opleiding drastische veranderingen door in hun leven. Divinatie vraagt om intuïtie en/of het vermogen om informatie te channelen. Sommige ovaten lezen tekens in de natuur, anderen gebruiken orakels (bv. Ogham en kaarten), astrologie of wichelroedes en weer anderen hebben paranormale gaven.
Zij, die de ovatengraad doen, maken kennis met al het bovenstaande en kunnen op basis daarvan kiezen welk aspect bij hun past.

De druïde

In de oudheid was de druïde allereest een filosoof die de zin van het leven en de werking van de natuur onderzocht. Hij of zij was ook wetenschapper, astronoom, docent en schoolhoofd, adviseur van vorsten, mediator, rechter, celebrant, alchemist (Pheryllt) en metaalwerker, magiër en wijze. Er zijn geen bewijzen dat ze priesters waren zoals de priesters van de geopenbaarde religies (Christendom, Islam etc.) Ze voerden meerdere van de bovenstaande taken tegelijk uit. Oude wetteksten laten zien dat ze met een zeer ver ontwikkeld rechtssysteem werkte, gebaseerd op compensatie van het slachtoffer in plaats van opsluiting of wraak. Ze hadden aanzien, privileges en bekleden officiële posities. Het beeld van de oudere wijze man of vrouw heeft waarschijnlijk te maken met de tijd (ca. 19 jaar) die het kostte om druïde te worden. Veel van wat zij in die jaren leerden, was overigens algemene ontwikkeling zoals ook wij nu op school leren.

In onze tijd zijn druïden mensen die druïderij als spiritueel pad hebben gekozen. Ze zijn ook bard en ovaat en zoeken naar de diepste en hoogste bronnen van inspiratie, naar wijsheid en eenheid met het Leven en leven vaak holistisch en ecologisch. Ze ontwikkelen en promoten levensstijlen, waarin mensen in harmonie met de natuur leven.
De druïdegraad richt zich allereerst op het in contact komen met je innerlijke wijsheid, de filosoof en adviseur. Daarna richt de graad zich onder meer op het aspect ‘van dienst zijn’.
Na voltooiing beginnen veel druïden opnieuw omdat het pad zo anders is de tweede keer, dieper, intenser. Het is een voortdurende reis naar je complete, beste zelf die alles uit het leven haalt in een nauwe relatie met de natuur. Iedere reis is uniek en neemt zijn tijd.

Reageren is niet mogelijk